raad v beheer[776].png
happy-dog-logo-938340362C-seeklogo.com.p
FCI-logo-F397B119B6-seeklogo.com[777].pn

EPILEPSIE SINT BERNARD: FORSE UITDAGING VOOR ALLE BETROKKENEN

De laatste tijd heeft epilepsie bij de Sint Bernard veel media- en politieke aandacht gekregen. Naar aanleiding van een uitzending van TV-programma Kassa werden er zelfs kamervragen gesteld. De minister gaf daarop aan dat er niet met dragers gefokt mag worden. Maar zo eenvoudig is het niet: epilepsie is bij de meeste rassen geen simpel overervende genetisch aandoening.

Paul Mandigers, Raad van Beheer-bestuurslid en specialist neurologie, legt uit dat de overerving van epilepsie binnen de rashondenpopulaties zich gedraagt als een simpel overervende genetische aandoening. De belangrijkste reden hiervoor is dat de meeste hondenrassen ten opzichte van de mens, genetisch gezien, veel minder variatie hebben. Het lijkt en gedraagt zich dan vaak als een enkelvoudig recessief gebrek. Echter de meeste vormen van epilepsie zijn wel complex overervend. En omdat er voor de meeste vormen van epilepsie geen DNA-test beschikbaar is moet je dus extra voorzichtig zijn in je fokbeleid.

Veertig meldingen
De rasverenigingen hebben in kaart gebracht bij hoeveel honden epilepsie is gemeld. Het is belangrijk te vermelden dat een deel van deze meldingen misschien niet om “echte epilepsie” gaat. Verschillende bronnen in binnen- en buitenland zijn geraadpleegd. Naast de “echte” meldingen zijn ook de “social media”-meldingen meegenomen. De rasverenigingen komen in totaal op veertig meldingen (in een periode waarin 4.000 honden geboren zijn). Dat zou betekenen dat ongeveer 1 procent van de Sint Bernards epilepsie heeft. Hoewel dit niet een heel hoog percentage is, wordt de noodzaak om tot een gericht fokbeleid te komen ter voorkoming van epilepsieincidentie door alle partijen onderschreven.

Fokadviezen
De Raad van Beheer heeft daarom de volgende adviezen voor de fokkers van Sint Bernards: • Zet reuen pas in op een leeftijd van 3 jaar of ouder. Een hond die epilepsie heeft, krijgt vaak zijn eerste aanval vóór zijn derde levensjaar. • Een combinatie die epilepsie heeft gegeven mag sowieso niet worden herhaald en bij voorkeur gebruikt u de ouders van nakomelingen niet meer. • Broers en zussen van een lijder bij voorkeur niet inzetten voor de fokkerij. • Wanneer later blijkt dat een hond lijder is en al wel nakomelingen heeft, moeten deze nakomelingen niet ingezet worden voor de fokkerij.

Maatregelen
De rasverenigingen gaan kijken wat de impact is op de populatie als nog meer verwante dieren van een lijder aan epilepsie worden uitgesloten. Daarbij is het verzamelen van gegevens van voorouders en familielijnen, in combinatie met gezondheid, van essentieel belang. Een goed fokbeleid houdt met meerdere zaken rekening, het heeft geen zin te veel dieren uit te sluiten waardoor andere (genetische) problemen naar voren kunnen komen.

Onderzoek HAS/Toegepaste Biologie
Een student aan de HAS/Toegepaste Biologie heeft een stage-onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van epilepsie bij rashonden. Hij deed deze stage bij stichting Dier&Recht, maar meldde dit niet toen hij rasverenigingen benaderde. De directie van de HAS heeft inmiddels een excuusbrief aan de betrokken rasverenigingen gestuurd en geeft aan dat dit niet de bedoeling is. We zetten sterke vraagtekens bij het onderzoek en de resultaten. Daar komen ze bij de RAAD VAN BEHEER op een later moment nog op terug.